GEO: zo kom je als bron in ChatGPT, Copilot en Google

Een hand trekt één geel boek uit een rij grijze en blauwe boeken zonder titel op een houten plank tegen een mintgroene muur
Uit een hele plank gepakt worden: daar gaat GEO over. Deze foto is met AI gemaakt.

Wie een vraag stelt aan ChatGPT, Copilot of de AI-functies van Google, krijgt een antwoord met een handvol bronnen erbij. Hoe je daar als bedrijf tussen komt heet inmiddels GEO, Generative Engine Optimization, en er worden complete bureaus en meettools omheen gebouwd.

Op 1 oktober wijdde Emerce er een hele editie van Emerce Updates aan. In het verslag staat dat de sprekers waarschuwden dat ChatGPT en andere AI-tools "tamelijk onvoorspelbaar" zijn: ze noemen je merk de ene keer wel en de andere keer niet. Nou, dat is in elk geval een eerlijk begin. In dit stuk loop ik langs wat Google, OpenAI, Anthropic en Microsoft er zelf over hebben gepubliceerd. Dat is een stuk minder mysterieus dan de afkorting doet vermoeden, en het meeste kun je deze week nog nalopen.

Wat GEO is, en wat je er niet mee koopt

GEO gaat over genoemd of als bron getoond worden in een antwoord dat een AI-systeem samenstelt. Net als bij SEO moet je die plek verdienen: volgens Emerce kun je binnen de organische antwoorden van ChatGPT, Gemini of Perplexity geen positie kopen. Advertenties in ChatGPT zijn een apart kanaal, daarover gaat mijn eerdere stuk over adverteren in ChatGPT.

Ik deel het voor mezelf op in twee vragen. Kan het systeem je pagina's ophalen? En is wat er staat bruikbaar als bron? De eerste is techniek en kun je gewoon controleren. De tweede is contentwerk dat je waarschijnlijk al doet.

Wat de aanbieders er zelf over zeggen

Google: geen aparte trucs

Google schrijft in zijn documentatie voor site-eigenaren dat er geen extra eisen zijn om in AI Overviews of AI Mode te verschijnen. Een pagina moet geïndexeerd zijn en met een snippet in de gewone zoekresultaten mogen staan. Je hoeft volgens Google geen nieuwe machineleesbare bestanden, AI-tekstbestanden of speciale structured data toe te voegen. Krijg je dus een voorstel voor een speciaal "AI-bestand" voor Google, dan weet je dat Google zelf zegt dat het niet nodig is.

Wat wel telt zijn de basics die Google opsomt: crawlen toestaan in robots.txt, belangrijke inhoud als tekst op de pagina, goede interne links en structured data die klopt met wat er zichtbaar staat. Google legt ook uit dat de AI-functies een vraag kunnen opsplitsen in meerdere deelzoekopdrachten, de "query fan-out". Volgens Google komen daardoor meer en andere pagina's als bron in beeld dan bij een gewone zoekopdracht.

OpenAI en Anthropic: zoeken en trainen zijn aparte schakelaars

Bij ChatGPT en Claude zit er een keuze in je robots.txt, het bestandje waarin een site aangeeft welke robots welkom zijn. Beide bedrijven gebruiken verschillende crawlers voor verschillende doelen, en je kunt ze los van elkaar toelaten of weigeren.

AanbiederBepaalt of je in antwoorden kunt staanGaat over trainen
OpenAIOAI-SearchBotGPTBot
AnthropicClaude-SearchBotClaudeBot
GoogleGooglebotGoogle-Extended (training en grounding in andere Google-systemen)

OpenAI is er duidelijk over: wie OAI-SearchBot weigert, wordt niet getoond in de antwoorden van ChatGPT search. Je kunt dan nog wel als navigatielink opduiken. Anthropic schrijft dat het uitzetten van Claude-SearchBot je zichtbaarheid in de zoekresultaten van gebruikers kan verminderen. Trainen staat daar los van. Je kunt dus GPTBot en ClaudeBot weigeren en de zoekrobots gewoon toelaten. Daarnaast hebben beide een robot die een pagina ophaalt als een gebruiker daar zelf om vraagt: ChatGPT-User en Claude-User.

Check dit bij je eigen site: typ jouwdomein.nl/robots.txt in je browser en kijk welke van deze namen erin staan. Google noemt daarbij ook je CDN of hostingpartij, want ook daar kan crawlen worden tegengehouden. Pas je iets aan, dan duurt het bij OpenAI volgens de documentatie ongeveer 24 uur voordat de zoeksystemen het oppikken.

Microsoft: hier kun je het zien

Microsoft heeft er een eigen rapport voor gemaakt. Sinds 10 februari 2026 staat in Bing Webmaster Tools het onderdeel AI Performance, als publieke preview. Het laat zien hoe vaak je site als bron is getoond in Microsoft Copilot, in de AI-samenvattingen van Bing en bij een aantal partners. Je ziet ook welke pagina's dat waren en met welke zoekzinnen het systeem je content ophaalde. Die zoekzinnen heten grounding queries.

Het rapport AI Performance in Bing Webmaster Tools met een grafiek van het totaal aantal citaties en het aantal geciteerde pagina's van de voorbeeldsite contoso.com
AI Performance in Bing Webmaster Tools, met het aantal citaties en geciteerde pagina's van een voorbeeldsite. Beeld: Microsoft.

Meten: waar zie je of het werkt?

Een klik vanuit ChatGPT zie je terug in je statistieken. Wat je daar mist, is het moment waarop een AI-systeem je pagina ophaalt en gebruikt zonder dat iemand doorklikt. Dat punt kwam volgens het Emerce-verslag ook op het event voorbij, met serverlogs als plek waar dat gebruik wel zichtbaar wordt. Dit zijn de plekken waar je kunt kijken.

GoogleSearch ConsoleAI Overviews en AI Mode tellen mee in het Performance-rapport, onder zoektype Web. Ze zitten daar in het totaal van je zoekverkeer.
MicrosoftBing Webmaster ToolsAI Performance toont citaties, geciteerde pagina's en grounding queries voor Copilot en Bing.
Eigen siteServerlogsLaten zien welke AI-crawlers welke pagina's ophalen, ook als daar geen klik op volgt.

Op 16 juni 2026 kwamen er in Bing Webmaster Tools vier onderdelen bij, wereldwijd in preview: Intents, Topics, Citation Share en Compare. Citation Share is het percentage van alle getoonde bronvermeldingen bij een zoekzin dat naar jouw site ging. Microsoft noemt het nadrukkelijk een observatiecijfer. Je ziet er geen domeinen van concurrenten in en het zegt niets over verkeer.

Tabel in Bing Webmaster Tools met per grounding query de intentie, het onderwerp, het aantal citaties en de citation share van een voorbeeldsite
Per zoekzin zie je de intentie, het onderwerp, het aantal citaties en je aandeel daarin. Beeld: Microsoft.

Wat je deze week kunt doen

  • Open je robots.txt en kijk of OAI-SearchBot en Claude-SearchBot welkom zijn. Wil je buiten trainingsdata blijven, weiger dan alleen GPTBot en ClaudeBot.
  • Meld je site aan bij Bing Webmaster Tools en kijk bij AI Performance welke pagina's al geciteerd worden.
  • Kies één pagina die klanten vaak nodig hebben en maak hem duidelijker: heldere koppen, een tabel waar je iets vergelijkt en bij je claims een voorbeeld of bron. Dat is het advies dat Microsoft zelf geeft.
  • Werk verouderde pagina's bij. Microsoft noemt actuele en kloppende content uitdrukkelijk als iets dat meetelt voor citaties.

Bij Emerce raadde Chantal Smink aan om de informatie op je site zo specifiek mogelijk te maken. Haar voorbeeld: schrijf dat je administratiekantoor er is voor zzp'ers in de landbouw, in plaats van dat je van alle markten thuis bent.

Wat je niet in de hand hebt

Eerlijk is eerlijk: garanties zijn er niet. Google schrijft dat een pagina die aan alle eisen voldoet nog steeds niet zeker gecrawld, geïndexeerd of getoond wordt. Microsoft noemt de data in AI Performance een steekproef. En de antwoorden zelf wisselen, zoals de sprekers bij Emerce al zeiden.

Mijn advies is daarom om GEO eerst te behandelen als onderhoud van je bestaande content en techniek. Kijk daarna pas of een aparte tool of een bureau iets toevoegt. De basis kun je zelf controleren en die vertelt je al veel.

Bronnen, gecontroleerd op 7 oktober 2026: Google Search Central, "AI features and your website"; OpenAI, overzicht van crawlers; Anthropic, helpcentrum over crawlers; Bing-blogs van Microsoft, 10 februari 2026 en 16 juni 2026; Emerce, 2 oktober 2026.

Wil je weten hoe jouw content ervoor staat?

In een training loop ik met je team jullie eigen pagina's langs en spreken we af wat jullie bijhouden en wie dat doet.

Vorige
Vorige

Claude in Google Docs, Sheets en Slides: dit moet je weten

Volgende
Volgende

AI-content labelen: wanneer moet het en wanneer niet?